Het luie kokje
Er was eens een koksmaatje dat in de keuken van een restaurant werkte. Hij deed niet zo erg zijn best, hij was lui en slordig. In plaats van suiker strooide hij vaak peper op de taart en in plaats van zout deed hij suiker in de soep.
Er was eens een koksmaatje dat in de keuken van een restaurant werkte. Hij deed niet zo erg zijn best, hij was lui en slordig. In plaats van suiker strooide hij vaak peper op de taart en in plaats van zout deed hij suiker in de soep.
‘We doen het bij jullie in het schuurtje,’ zei Mark. ‘Daar staat een bankschroef.’ ‘Waarom bij ons?’ vroeg ik. ‘Jullie hebben toch ook een bankschroef?
Freek leunt tegen de poort en peutert in zijn neus. Vier keer heeft hij al overgegeven. Het komt door de hittegolf en de bacteriën in het zwembadwater, zegt zijn moeder. Zijn vriendjes zijn naar het zwembad.
Monique wiebelde kort heen en weer in het lage campingstoeltje, maar ze antwoordde niet. Traag sloeg ze een bladzijde om en schoof haar zonnebril omhoog op haar neus. De glazen waren net niet donker genoeg, hij kon haar ogen zien, ze bleven gericht op het boek dat op haar schoot lag.
Mijn vader zegt dat hij me vastbindt aan mijn bed zodat de ratten mijn lippen opeten als ik ooit nog met mijn gore poten aan die windbuks kom. Of ik verdomme weet hoeveel een boete voor dierenmishandeling kost.
Het eerste gesprek van mijn shift, die om vijf uur begon en tot negen uur ’s avonds duurde, was kort. Dat vond ik niet erg. Ik was vijf jaar in dienst bij het callcenter van de Nationale Postcode Loterij.