Disclaimer: onderstaande tekst verscheen tussen 2007 en 2008 in het kader van ‘Duizend Woorden’, een wekelijks radioprogramma, een website en een maandelijkse rubriek op de achterpagina van NRC Handelsblad.

Freek leunt tegen de poort en peutert in zijn neus. Vier keer heeft hij al overgegeven. Het komt door de hittegolf en de bacteriën in het zwembadwater, zegt zijn moeder. Zijn vriendjes zijn naar het zwembad. Freek mag niet zwemmen zolang hij misselijk is.
Op goed geluk kuiert hij naar de tuin van de buren. Alleen Bert, de oudste buurjongen, is er. Bert zit al in groep acht. Hij heeft een draagbare radio op de tuintafel staan en luistert aandachtig. Luisteren? Freek hoort een constant geruis en af en toe klinkt er een korte kraak. Pen en papier liggen op de tuintafel.
‘Zeker een draadje los,’ zegt Freek.
Bert reageert niet. Elke keer als er een kort krrrr klinkt, kijkt hij op zijn horloge en zet een verticaal streepje. Er staan tijden en streepjes op het papier. Tussen 14.10 en 14.20 uur telt Freek vijftien streepjes. Bovenaan leest hij: ‘Onweer op 23 juli.’ Hij kijkt omhoog naar de felblauwe lucht boven Brabant.
‘Spannend hè,’ zegt Bert.
Freek trekt zijn schouders op.
‘Zal ik het uitleggen?’
‘Ik kijk alleen,’ zegt Freek.
Na een uur houdt Bert het niet meer vol. De radio geeft zoveel krakers door elkaar heen dat hij geen aparte streepjes meer kan zetten. Het zweet sijpelt langs zijn rossige wenkbrauwen.
‘Elke kraak is een bliksem boven Nederland,’ vertelt hij enthousiast.
‘Oh,’ zucht Freek. ‘Ik ga naar huis, ik vind het te heet.’

‘Wat zie je nog witjes,’ zeurt zijn moeder, als hij de keuken inloopt. ‘Je bent nog niet beter.’
Nou, denkt Freek, dan moet ze Bert zien, die is altijd wit. Kinderen met rood haar blijven wit, zelfs in de zomer.
In de avond kijkt Freek met zijn ouders naar het nieuws. Ze zien beelden van zwaar onweer afgelopen middag in Zeeland: blikseminslagen in treinen en koeien, omgewaaide bomen, wegen die blank staan en kapot gehagelde kassen. Bert is knap, vindt Freek. Morgen zal hij Bert helpen met streepjes zetten.

De volgende ochtend speurt Freek de lucht af: geen wolk te zien. Hij mag van zijn moeder alleen beschuit eten. Hij slentert de tuin in en ploft neer in een stoel, die onder de parasol staat. Dan propt hij de beschuit in zijn mond. Natuurlijk gaan zijn vriendjes weer zwemmen, denkt hij. Zijn vader heeft de krant laten liggen. Freek vouwt hem open en zoekt het weerbericht. Een heel verhaal over hogedrukgebieden, depressies en fronten. Woorden die hij op televisie wel eens hoort, maar wat het precies betekent? Hij leest ook iets over een grote kans op onweer in het zuiden van het land.
Als Bert eindelijk buiten komt, rent Freek gewapend met pen en papier naar hem toe.
‘Heb jij gisteravond het nieuws gezien?’
Bert knikt en lacht. ‘Dikke bliksems in Zeeland.’ Hij zet zijn transistorradio op de tuintafel en legt zijn horloge ernaast. ‘Wil je meehelpen?’
Freek knikt.
Bert draait aan de knop waarmee je zenders opzoekt: muziek, nieuws, muziek, reclame, muziek, verkeersinformatie en dan stopt hij. De radio is stil.
‘Waarom doe je dat?’ vraagt Freek.
‘Je moet een plaatsje zoeken waar geen zender zit, anders hoor je de zachte krakers niet.’
‘Oh,’ zucht Freek.
Samen leunen ze op de tafel. De buurman heeft twee glazen limonade neergezet.
Ineens steekt Bert zijn wijsvinger omhoog.
‘Gehoord?’ Hij zet een streepje op het papier. Erachter schrijft hij de tijd: 11.06 uur. Na drie minuten steken ze tegelijk een vinger omhoog. Beiden zetten een streepje op papier.
Bert kijkt naar de lucht.
‘Er komen al enkele stapelwolken.’
Freek ziet een paar witte wolken die er als bergen vol sneeuw uitzien.
Krrrr! Freek en Bert schrikken er van.
‘Als het zo hard kraakt dan zit er een bui dichtbij,’ merkt Bert op. Zij spitsen hun oren en knikken gelijktijdig als het in de verte rommelt. Bert pakt zijn spullen en gaat naar binnen. Hij nodigt Freek niet uit.
Doelloos blijft Freek buiten staan. Soms hoort hij door het open raam de radio kraken. Tien tellen later klinkt er dan verwijderd gedonder. De lucht in het westen wordt snel donker, alsof de wolken met houtskool gekleurd worden. Als hij de bliksems kan zien en de eerste druppels vallen, leunt hij tegen het huis. Boven zijn hoofd vangt de dakgoot de meeste druppels nog op.
Ineens gaan zijn haren strak overeind staan en trekt er een tinteling door zijn lichaam. Nog geen tel later volgt een verblindende flits en een scheurende donder. Freek rent door de regen naar huis. Hoewel het maar een klein stukje is, wordt hij toch nat.
‘Was het leuk bij Bert?’ vraagt zijn moeder.
Freek kreunt en loopt de kamer in. Zijn moeder heeft de stekkers van de computer en televisie uit het stopcontact gehaald. Dat doet ze altijd als het begint te onweren.
‘Je ziet witjes,’ zegt ze en ze legt een hand op zijn voorhoofd. Een zachte en warme hand. ‘Heb je nog overgeven vandaag?’
Freek schudt zijn hoofd.
‘Dan mag je morgen weer zwemmen als er tenminste geen onweer wordt verwacht.’

Geef een reactie

Scroll Up