|
Het verhalen alfabet
Achter welke letter schuilt een verhaal?
| << alfabet / Auteurs beginnend met "l" |
| |
Lieverd, smaakt het niet?
door: John Toxopeus |
| |
Toen het lege-nestsyndroom van Cynthia mij teveel werd, knipte ik advertenties uit en legde die voor het eten bij haar bord. Eerst begon ze te huilen, daarna verweet zij mij dat ik haar weg wilde hebben, maar na drie maanden zei ze: ‘Bij de kapper zat een collega van vroeger. Ze zitten te springen om wijkverpleegkundigen. Morgen heb ik een afspraak.’
Ik haalde een flesje wijn uit de gangkast. ‘Dat moeten we vieren’, zei ik.
‘Ik moet wel weer autorijden’, zei Cynthia toen ik de fles open maakte.
‘Oh’, zei ik.
‘Als ze me willen hebben, ga ik nog een paar rijlessen nemen.’
Ik dacht aan het uurtarief. ‘Dat is verstandig’, zei ik.
‘En dan moet ik een autootje natuurlijk. Daar hebben ze bij de thuiszorg geen geld voor.’
Ik proefde de wijn. Het smaakte niet. ‘Waar wil je dat van doen?’ vroeg ik.
‘Ik heb zitten denken’, zei Cynthia. ‘Je vakantiegeld is er bijna en we hebben wat spaargeld. Als we er tweeduizend euro bijlenen, kan ik bij het Autopaleis die gebruikte Volkswagen Bora kopen.’
‘Die wat? Die is bijna net zo duur als de mijne.’ Ik schrok van mijn eigen stem.
En toen kwamen er weer tranen, veel tranen.
Overal nam Cynthia haar auto mee naar toe. Thuis zong en lachte ze als vroeger. Onder het eten vertelde ze over wondbehandeling, de verzorging van demente bejaarden en over een oud echtpaar met katten die alles lieten lopen. Onsmakelijke verhalen. Ik praatte enthousiast mee toen ze tijdens het dessert vertelde over een nieuw reinigingsmiddel voor kunstgebitten. Ze haalde een potje tabletten uit haar tas.
‘Voor jou, een cadeautje’, zei ze en klapte in haar handen van plezier.
‘Geert heeft me gevraagd mee te gaan naar een conferentie’, zei Cynthia. Het was een mooie nazomeravond en we zaten in de tuin met een boek en een glas wijn.
‘In Bern. Als we met mijn auto gaan, kan ik ook eens lange stukken rijden en hij papieren lezen.’
‘En zuipen,’ zei ik.
‘Gun je het me weer niet?’ vroeg Cynthia. ‘We zijn dit jaar ook al niet met vakantie geweest.’ Ze pakte haar boek weer. ‘De conferentie begint donderdag. We vertrekken woensdag.’
Geert was een gemoedelijke, middelbare vrijgezel met een coördinerende functie in de thuiszorg. Vaak reed hij mee met Cynthia en bleef graag eten.
'Ik ben zelf niet zo'n koker,' zei hij. ‘En jullie wonen gezellig dichtbij.’
De eerste keer vroeg hij meteen om bier en keek waar het stond, zodat wij niet steeds voor hem hoefden te lopen.
'Ik neem het leven zoals het komt,' zei hij dikwijls. Dan trommelde hij tevreden met zijn vlezige vingers op het uitpuilende verwassen overhemd van die dag.
Cynthia vertrok die woensdag vroeg, maar werd laat in de avond met een taxi weer thuis gebracht. Haar Volkswagen was net voor de Zwitserse grens door een vrachtwagen in de vangrail gedrukt.
Geert moest uit de auto worden gezaagd. Hij miste een voet. Cynthia kwam met huilbuien en de schrik vrij.
‘Ik knipperde met mijn lichten en toen dacht die chauffeur dat hij in kon halen,’ vertelde ze.
‘Geeft niks, lieverd’, zei ik terwijl ik slierten snot uit haar gezicht veegde. ‘Die fout maak je nooit meer.’
Nadat Geert uit het ziekenhuis was ontslagen, kwam hij steeds vaker. Niet alleen 's avonds, om te eten, maar ook in de weekenden, 'even langs wippen'. Hij werd dikker, niet vrolijker. Doorlopend zeurde hij over collega’s die hem vervingen, over het openbaar vervoer, jeugd die hem onbeschoft behandelde en kletsende vrouwen die hem in de rij lieten wachten. Hij onderbrak zijn gejammer met een vermoeid gebaar en 'Haal nog eens een pilsje.’
Ook Cynthia veranderde. Van de vrouw die fluitend naar haar werk ging was niet veel meer over. Zodra de naam van Geert viel, trok ze nerveus met haar gezicht en als hij voor de deur stond kwamen er woorden over haar lippen waarvan ik niet wist dat ze die kende. Maar in zijn nabijheid hield ze zich in.
'Het is godverdomme allemaal mijn eigen schuld,' zei ze.
'Mens, flikker dat zwijn de straat op,' siste ik, maar dat leidde tot nieuwe woordenwisselingen, huilbuien en uren stilzwijgen.
Toen de wond genezen was en er een voetprothese bevestigd kon worden, stond Geert meteen weer voor de deur. In een plastic tasje van een videotheek zaten de prothese met riempjes en gespen, een gebruiksaanwijzing, steunkousen en zwachtels.
Hij ging in mijn stoel zitten en legde zijn been op de voetenbank.
'Hier moet jij me bij helpen,’ zei hij tegen Cynthia. Hij spreidde de inhoud van het tasje naast zich op de grond en stak de grote, breed uitlopende kunstvoet omhoog. 'Oranje, mijn lievelingskleur.’ Zijn lach was een halve hoest.
Die avond wilde hij aan de arm van Cynthia oefenen met lopen. Een blokje om en nog een blokje om.
'Kan ik blijven slapen?' vroeg hij om elf uur. 'Ik ben behoorlijk moe.'
'Wel ja,' zei Cynthia en ging naar boven, naar de logeerkamer.
Diezelfde week stond er een tv'tje en een videorecorder. In het kastje naast het bed lag een voorraad verbandmiddelen.
Kort voor zijn overlijden vertelde Cynthia dat Geert voorlopig niet meer kwam.
'Bloedvergiftiging,' zei ze. 'Door zijn gewicht kreeg hij drukplekken die open gingen. 't Stonk behoorlijk. Hij is opgenomen.'
De volgende ochtend hoorde ik haar zingen terwijl ze bezig was met ons ontbijt. Ik keek in haar nachtkastje. De seresta’s waren verdwenen.
Gisterenavond haalde ik Cynthia van haar werk om haar promotie te vieren met een etentje. Ze heeft nu een coördinerende functie. Op haar bureau stond een plantje in een klomp oranje kunststof.
'Wat is dat?' vroeg ik.
'Een lelietje van dalen.' Ze glimlachte. 'Erg giftig, dus blijf maar af.'
Onder het eten moest ik steeds weer naar Cynthia kijken.
‘Lieverd, smaakt het niet?’ vroeg ze.
| Goed verhaal, van begin tot eind! |
 |
| Ellen |
24/11/2009 14:49 |
|
|
|
|